|
RIJWIELSTALLING
Met het verschijnen van ons eerste clubblad zullen al een aantal
triotters uit hun winterfietsslaap ontwaken om het rappe stalen
ros te bestijgen en om de eerste voorjaars p.k.'s op de pedalen
te drukken. Als vanzelfsprekend zullen wij de eerste pedaalslagen
in de richting van een vaste fietsrubriek, de zin hiervan?
Om te beginnen is het fietsen het langstdurende onderdeel van een
triathlon, logischerwijze zou je hier dus de meeste winst kunnen
boeken, dit hangt echter niet alleen af van keihard trappen maar
ook van de conditie van je materiaal en de inhoud van je
tubetasje, iedereen weet dat Axel Koenders tijdens de Holland
triathlon 1988 uitviel niet door een domme bandenpech maar
simpelweg omdat hij maar één reservetube bij zich had. Je ziet
dat niet alleen training maar ook kennis en soms wat geluk van
belang zijn.
Een van de eerste onderwerpen die we aansnijden heeft juist te
maken met het begin van het fietsseizoen oftewel onze eerste
trainingsritten, voor hen die niet weten en zij die vergeten,
begin de eerste trainingen voorzichtig, dit wil niet zeggen dat
je niet moe mag worden maar dat je geen zware versnelling gaat
trappen vooral in het begin van het seizoen zijn de knieën nog
niet gewend aan grote belastingen, een te zwaar verzet kan
blèssures veroorzaken die vaak van lange duur kunnen zijn. Hoewel
een triathleet veel loopt en daardoor kniebelasting gewend is, is
het bovenstaande toch raadzaam daar de kniebelasting tijdens het
fietsen minder is maar toch een andere belasting is dan tijdens
het lopen.
Bovendien heeft het fietsen op een klein verzet of souplesse zoals
dat heet, een paar gunstige effecten.
Heel simpel gezegd activeert het de spiervezels waardoor de spier
in zijn geheel sterker wordt zonder dat hij in omvang sterk zal
toenemen zoals met krachttraining wel gebeurt. het spaart ook de
krachten en vooral tijdens een triathlon kan dit belangrijk zijn.
Stel dat je tijdens een triathlon 40 km per uur rijdt, het verzet
is 53 x 15, pedaalomwenteling is 90 slagen per minuut, de
maximale kracht vertraagt dan ± 37 kg. terwijl het verzet 53 x 19
bij 110 pedaalomwentelingen dezelfde snelheid oplevert maar wel 6
kg. minder aan maximale kracht vergt!
Hoe fiets je op souplesse?
Ten eerste is het nodig om een fietscomputer te gebruiken. Er
zijn computers die het traptoerental doorgeven bijvoorbeeld
cateye micro. Dit is het gemakkelijkste maar één zonder
traptoerental is ook goed en verder zijn goede versnellingen van
belang. De voorbladen zou ik houden op 42 en 52 of 53 tands wat
normaal is een pion van 5 is dan 14-18 en een pion van 6 is naar
believen 14-19 of 13-18 (zie tekening).
Het souplesse fietsen betekent fietsen met ongeveer 100
pedaalomwentelingen per minuut. Het is belangrijk dit de eerste 5
of 6 trainingen van ongeveer één à anderhalf uur goed vol te
houden. Lukt dit niet helemaal, probeer dan tijdens rustperiodes
toch boven de 80 omwentelingen te blijven. Hoe weet je dat je de
100 slagen haalt? Dit is vrij eenvoudig:
42 x 18 bij 30 km. p.u. is 100 slagen
42 x 17 bij 32 km. p.u. is 100 slagen
42 x 16 bij 34 km. p.u. is 100 slagen
42 x 15 bij 36 km. p.u. is 100 slagen
42 x 14 bij 38 km. p.u. is 100 slagen

In de toekomst hoop ik een wat uitgebreider schema te kunnen
afdrukken maar voorlopig moet je het hiermee doen. Voor de eerste
4 à 6 trainingen zou ik adviseren niet zwaarder te gaan dan 42 x 16,
daarna kun je bijvoorbeeld 2/3 van de rit op souplesse fietsen
en 1/3 van de rit op kracht, bijvoorbeeld 52 x 16 of 52 x 15,
dit dan wel in het middelste gedeelte van de rit.
Spoedig daarna kun je ook intervalacties trainen. Vergeet niet na de
training even lekker uit te fietsen.
De volgende keer behandelen we pech onderweg en reservematerialen.
Uw fietshobbyist René
|